18.000 inwoners in faciliteitengemeenten willen overheidscommunicatie enkel in het Frans

Luc Vanheerentals / Geert Vanhassel

In de faciliteitengemeenten hebben de Franstalige inwoners de afgelopen maanden zich op vraag van de lokale besturen massaal laten registreren met de vraag om hun overheidsdocumenten de komende vier jaar in het Frans te kunnen ontvangen. Uit een rondvraag blijkt dat al zo’n 18.000 inwoners zo’n aanvraag indienden. 

Volgens de omzendbrieven Peeters en Martens uit de tweede helft van de jaren '90 moeten Franstaligen in Vlaamse faciliteitengemeenten telkens opnieuw een aanvraag indienen als zij een overheidsdocument in hun taal willen ontvangen. De besturen van Linkebeek, Wezembeek-Oppem, Drogenbos, Sint-Genesius-Rode en Kraainem zijn van oordeel dat dit slechts één keer om de vier jaar moet gebeuren. Zij baseren zich hiervoor op de bepalingen uit een arrest van de Raad van State in de zaak-Caprasse uit 2014 en riepen hun inwoners op zich als dusdanig te registreren. Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) vernietigde in juni de gemeenteraadsbesluiten in dit verband. Enkele gemeenten vechten dit besluit aan bij de Raad van State, DéFi (het vroegere FDF) doet dat bij de Raad van Europa.

Uit een rondvraag bij de betrokken gemeentebesturen blijkt dat in Sint-Genesius-Rode 7.500 op 18.000 inwoners ingegaan zijn op de oproep. In Wezembeek-Oppem lieten 7.000 van de 14.000 inwoners zich registreren, in Drogenbos 2.400 op 5.600 en in Linkebeek meer dan 1.000 op 5.000. De gemeenten gebruikten hiervoor een softwareprogramma waardoor in de bevolkingsbestanden een veld N of F wordt voorzien en iedereen initieel de code N heeft. Wanneer een particulier het gemeentebestuur laat weten dat hij Franse documenten wil ontvangen krijgt hij code F. Na vier jaar wordt dat automatisch terug veranderd in code N.