Op 25 augustus 1914 worden meer dan 200 inwoners van Zemst en Eppegem gegijzeld door de Duitsers. Ze worden gebruikt als levend schild tijdens de gevechten met het Belgisch leger en daarna op transport gezet naar Soltau, een stadje ver weg in Pruisen waar het grootste krijgsgevangenkamp van de eerste Wereldoorlog zal worden gebouwd.