Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

28 nansosatellieten de ruimte in onder leiding van Von Karmaninstituut in Sint-Genesius-Rode.

28 nansosatellieten de ruimte in onder leiding van Von Karmaninstituut in Sint-Genesius-Rode.

Het wetenschapscentrum Von Karmaninstituut in Sint-Genesius-Rode beleefde vanmorgen een historisch moment. Na 6 jaar studiewerk verlieten 28 nanosatellieten het Internationaal Ruimtestation ISS. De satellietjes zijn op weg naar de thermosfeer, één van de meest onbekende luchtlagen van de dampkring. De hele operatie werd gecoördineerd vanuit het Von Karmaninstituut dat ook de opvolging zal doen en de metingen zal analyseren.
Die satellieten zijn niet groter dan een halve schoendoos en bevatten instrumenten waarmee de wetenschappers waarnemingen kunnen doen. Ze zijn veel kleiner en goedkoper dan grote satellieten. Ideaal om de thermosfeer te ontdekken, een nog onbekend gebied voor de wetenschap. 
 
"Dat is een gebied in onze ruimte waar je weinig anders kunt doen dan dit soort dingen. Grote satellieten zijn heel duur en onvermijdelijk komen ze naar beneden, verdwijnen ze in de dampkring en verbranden ze. En dat wil je niet laten gebeuren. Dus hebben we heel weinig waarnemingen van dat stuk van de ruimte en dat wordt nu opgelost met deze constellatie van deze kleine satellietjes," vertelt Gaele Winters, directeur van het Von Karman instituut.
 
Het is de allereerste keer dat zo'n grote hoeveelheid van dergelijke zogenoemde Cubesats in één keer werden gelanceerd om waarnemingen te doen. De lancering maakt deel uit van het QB50 project, dat in totaal 36 van die satellieten omvat. Het Belgisch wetenschapsinstituut Von Karman leidt het project in goede banen. Het onderzoek is belangrijk om het juiste terugkeertraject van een ruimtetuig te kunnen bepalen.
 
"Wij weten op dit moment niet goed hoe de thermosfeer in mekaar zit en hoe het ruimtestation zal opbranden. Dus hoe beter we dat kennen of hoe beter we dat weten, hoe zekerder we zijn dat het internationaal ruimtestation niet op je hoofd zal vallen," zegt Jan Schonk van het kabinet voor wetenschapsbeleid.