Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

OVER DE RAND: sp.a over beleidsnota Vlaamse Rand

OVER DE RAND: sp.a over beleidsnota Vlaamse Rand

Vanavond gaat RINGtv in het programma 'Over De Rand' dieper in op de beleidsnota van bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) over de Vlaamse Rand. Welke zaken zijn goed in de nota? Welke niet? Waar liggen de prioriteiten voor onze regio de komende jaren? RINGtv laat alle partijen aan het woord die in de commissie van het Vlaams Parlement zitten. Voor sp.a is dat Katia Segers uit Liedekerke.

Wat is uw eerste reactie op de beleidsnota voor de Vlaamse Rand?
Fijn dat de minister trots is op de Vlaamse Rand. Ik ben dat ook. Alleen zou ik graag een minister van de Rand willen zien, die echte ambitie en visie toont. Visie, noch ambitie vind ik voldoende terug in de plannen van Minister Weyts. Niet alleen de 19 gemeenten die officieel tot de Rand behoren, maar ook de gemeenten errond, kampen met dezelfde immense uitdagingen als gevolg van de druk van Brussel. Die accuraat aanpakken, in nauw overleg met Brussel, moet de inzet van een Randbeleid zijn.

Een specifiek beleid voor de Rand is absoluut nodig. Onze streek kampt immers met belangrijke  achterstanden en uitdagingen ten opzichte van de rest van Vlaanderen, gaande van een grote nood aan betaalbare woningen, het wegwerken van de historische achterstand inzake welzijn en zorg, voldoende plaats in de scholen en kinderopvang, een stijgend kansarmoede-risico, een nooit groter mobiliteitsprobleem, een tekort en probleem van openbaar vervoer, nood aan een sterk integratie- en taalbeleid. Dit alles tegen het licht van een sterker stijgende bevolkingsaangroei ten opzichte van de rest van Vlaanderen.

Het is positief dat de minister erin slaagde om 20 mio euro extra, verdeeld over de komende 5 jaar over de 19 gemeenten, voor een ‘Randfonds’ in de wacht te slepen. Dit zijn broodnodige middelen, maar helaas veel te weinig in het licht van bijzonder sterke uitdagingen waarmee de brede rand rond Brussel kampt, en het zijn vooral arbitraire middelen, bestemd voor 19 gemeenten, maar niet voor de andere gemeenten die met dezelfde uitdagingen kampen en vanaf nu met ongelijke wapens moeten strijden.

Bovenal mist Minister Weyts de kans om eindelijk werk te maken van de erkenning van Halle-Vilvoorde als centrumregio, opdat niet alleen Halle en Vilvoorde, maar alle gemeenten ertussen en errond die kampen met dezelfde grootstedelijke uitdagingen kunnen aanspraak maken op extra ondersteuning vanuit het Gemeentefonds.

Welke zaken vindt u goed in de beleidsnota?
Ik apprecieer dat de minister erin geslaagd is om 20 mio vast te krijgen voor een ‘Randfonds’. Dit zijn nodige middelen, maar veel te weinig in het licht van de accurate, maar ook ontnuchterende omgevingsanalyse die de minister maakt, maar vooral nogal arbitrair want niet toegankelijk voor de gemeenten die niet behoren tot de 19 officiële Rand-gemeenten, maar wel kampen met dezelfde grootstedelijke uitdagingen.

Ik apprecieer bovendien dat de minister in deze beleidsnota eindelijk de intentie toont om met elk van zijn collega-ministers op zijn/haar beleidsterrein te gaan praten en onderhandelen om de specifieke problematiek van de Rand op de kaart te zetten. Ik ga ervan uit en reken erop dat hij elk van zijn collega’s kan overtuigen om vanuit hun beleidsdomein dan ook extra te zullen investeren in de brede rand rond Brussel.

Welke zaken ontbreken volgens u in de beleidsnota?
Ik mis voornamelijk een duidelijke visie en concrete beslissingen in de beleidsnota van minister Weyts. De beleidsnota bevat veel mooie woorden en intenties, maar waar het om welomschreven doelstellingen moet gaan, blinkt de minister uit in vaagheid. Zo belooft de minister “de vinger aan de pols te houden omtrent eventuele capaciteitsproblemen in het onderwijs” terwijl hij in zijn eigen nota zelf erop wijst dat in 2024-2025 maar liefst 25 tot 50 % te weinig plaatsen in het secundair onderwijs zullen zijn. Op basis van zo’n duidelijke cijfers, verwacht ik een kordaat en concreet beleid, geen vage, ontwijkende intenties.

Het ontbreken van een structurele aanpak ervaar ik als een gemiste kans. Vanuit sp.a hameren we reeds lang op het erkennen van de brede Vlaamse rand als centrumregio. Achter dit voorstel scharen ook de 35 burgemeesters van de regio Halle-Vilvoorde zich. Op deze manier kunnen de nodige middelen waar de gemeenten in de brede rand rond Brussel zo’n nood aan hebben, eindelijk vanuit het Gemeentefonds naar deze regio vloeien.

Het nieuwe Vlaamse Randfonds is te beperkt in zowel grootte als toepassingsgebied. Niet enkel de negentien officiële Randgemeenten kampen met de uitdagingen van een uitbreidende grootstad. De Vlaamse regering slaagt er wel in om geld te vinden voor Geraardsbergen, Ninove, Zottegem en Denderleeuw, maar gemeenten die aan de rechterkant van de Dender gelegen zijn vallen nu tweemaal uit de boot. Gemeenten zoals Liedekerke, Ternat, Affligem of Opwijk staan voor exact dezelfde uitdagingen, maar kunnen echter niet op de broodnodige ondersteuning rekenen van de Vlaamse Regering. Met de oprichting van een centrumregio zou eindelijk een sprong voorwaarts gemaakt kunnen worden, in tegenstelling tot het versnipperde beleid dat nu dreigt bewerkstelligd te worden.

De Vlaamse Rand wordt versterkt via het Vlaamse Randfonds. Waarvoor moet dat geld volgens u gebruikt worden? 
Enkele prioriteiten die zich opdringen in de Vlaamse Rand zijn de historische achterstand inzake welzijn en gezondheidszorg. In 2017 werd slechts 115,9 uur gezinszorg verleend in de Rand, terwijl het gemiddelde in de rest van Vlaanderen op 243 uur lag. Ook in de kinderopvang moet een duidelijk inhaalmanoeuvre gemaakt worden. Zo zijn maar 4,3 plaatsen voor kinderen tussen drie en elf jaar per 100 inwoners. Zeker met de hogere bevolkingsprognoses voor de Vlaamse Rand in het achterhoofd, kan het niet dat de gemeenten achterop moeten blijven hinken wegens gebrek aan voldoende middelen.

Behalve welzijn en gezondheidszorg, zijn voor mij absolute prioriteit de komende jaren – en elk zijn even belangrijk - :  mobiliteit (aanpak files op de weg en uitbreiding openbaar vervoer), integratie en taalbeleid, de aanpak van de historische achterstand inzake welzijn en gezondheid, betaalbaar wonen, capaciteit in het onderwijs, kinderopvang, veiligheid, een krachtige aanpak van kinderarmoede, cultuur, jeugd, sport en samenleven.