Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Amper 1 op de 3 moeders in Vlaamse Rand praat Nederlands met baby

Amper 1 op de 3 moeders in Vlaamse Rand praat Nederlands met baby

Steeds minder moeders in de Vlaamse Rand rond Brussel spreekt Nederlands tegen haar baby. Uit cijfers van Kind en Gezin, die Vlaams Belang opvroeg, blijkt dat nog maar 1 op de 3 moeders met een kind dat vorig jaar is geboren, Nederlands praat met haar baby. Al wil dat volgens Kind & Gezin niet zeggen dat er in die gezinnen helemaal geen Nederlands gesproken wordt.

Het is een evolutie die al een hele tijd aan de gang is: steeds minder moeders in onze regio spreken Nederlands tegen hun baby. Vorig jaar was dat nog maar 1 op 3, terwijl het aantal moeders dat Frans spreekt met haar baby met beduidend hoger ligt.

"In de rand rond Brussel worden er inderdaad meerdere talen gesproken tussen de mama en het kind. Die evolutie zie je ook in Vlaanderen, maar in de Vlaamse rand hebben we die vaststelling eerder gedaan. We zien een toename van andere talen – niet enkel  Frans - en een afname van het Nederlands in de laatste jaren," zegt Leen Du Bois, woordvoerder van Kind & Gezin.

De cijfers bewijzen volgens Vlaams Belang dat de Rand in een sneltempo aan het ontnederlandsen is. “Wij maken ons vooral zorgen over het niveau in de scholen. Er zijn klasjes waar 80% van de leerlingen niet-Nederlandstalig zijn, terwijl dat in Brussel de helft is. Indien men nu niet ingrijpt, dreigt het onderwijsniveau de bodem te bereiken. Een Nederlandstalige school in bijvoorbeeld Ukkel mag een taaltest afnemen als inschrijvingsvoorwaarde, maar een kilometer verderop in Beersel geldt die voorwaarde niet. De situatie in de Randgemeenten dreigt hierdoor op termijn nóg kritieker te worden dan in de hoofdstad," zegt Klaas Slootmans.

Uit eerdere cijfers van Kind & Gezin voor heel onze provincie blijkt dat tussen 2012 en 2016 het aantal moeders dat Nederlands spreekt met haar kind, met 5,3% is gedaald. Terwijl het aantal moeders dat Frans of een andere taal spreekt, is toegenomen met meer dan 5%. Die tendens zet zich door. Toch wil dit niet per definitie zeggen dat er helemaal geen Nederlands gesproken wordt in die gezinnen.

"Als we het hebben over de taal tussen de mama en de baby, dan betekent dat niet dat dat de enige taal is die in het gezin gekend is of gebruikt wordt. Het gaat echt heel specifiek over de contacten tussen de mama en de baby. In veel gezinnen stellen we vast dat er ook nog andere talen gesproken worden," besluit Leen De Bois.