paardenprocessie_kester.jpg

Paardenprocessie van Kester erkend als Vlaams immaterieel erfgoed

maa 26 jun

De Paardenprocessie van Kester is door Vlaanderen erkend als immaterieel erfgoed. De paardenprocessie is één van de grootste en oudste in Vlaanderen, ze gaat terug tot de 13de eeuw. “De processie brengt mensen samen en geeft een unieke identiteit aan een kleine gemeenschap in het Pajottenland”, zegt Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon.

De eerste zondag na Pinksteren is het altijd feest in het Pajottenland. Dan trekt de paardenprocessie, die in de volksmond ‘de Kesterweg’ heet, langs de dorpskernen van Kester, Oetingen en Herfelingen. De ommegang is gewijd aan de Heilige Drievuldigheid. De aanwezigheid van ruiters te paard, koetsen en fanfares typeren de optocht. Ze zou ontstaan zijn uit dankbaarheid omdat Kester, Oetingen en Herfelingen gespaard bleven van de pest. In de huidige vorm bestaat de ommegang sinds 1864, toen de Sint-Martinuskerk in Kester werd ingewijd.

Traditiegetrouw vertrekt de grote processie met paarden om 6u15 uur aan de kerk van Kester en trekt dan langs de Pajotse velden naar Herfelingen en Oetingen. Tijdens hun tocht houden de processiegangers halt bij verschillende kerken en kapellen. Kort voor de middag komen ze aan bij de kapel op de kruising van de Kesterweg en de Edingensesteenweg. Daar wacht de ‘kleine processie’ hen op met een honderdtal figuranten en de fanfare. Samen stappen ze dan opnieuw naar de kerk van Kester.

Jaarlijks nemen meer dan 300 figuranten en 100 ruiters deel aan de ommegang. Het Paardenvolk wordt in de processie niet alleen vergezeld door leden van de betrokken parochies, ook de leerlingen van de dorpsschool en de leiding van de Chiro lopen mee. “Het is een mooi voorbeeld van een immaterieel-erfgoedpraktijk waar jong en oud met evenveel plezier aan deelnemen. Zo brengt de processie lokale verenigingen bijeen en verbindt ze mensen van verschillende generaties”, zegt Vlaams minister van Cultuur Jam Jambon.

De Gilde van het Paardenvolk, dat de Paardenpprocessie organiseert, is bijzonder tevreden met de erkenning. “Het dossier heeft veel en tijd werk gevraagd”, zegt Marc Van Hoegaerden van de Gilde. “De erkenning is een werk van vele generaties. In de loop der jaren hebben heel wat vrijwilligers zich ingezet en hun vrije tijd gestoken in het jaar op jaar welslagen van de processie.”