Wijk Faubourg neemt afscheid van ontwijde Sint-Wivinakerk: “Wat rest, is vooral herinnering”

Bewoners van de Vilvoordse wijk Faubourg hebben gisteren afscheid genomen van hun Sint-Wivinakerk. Ze mochten nog een laatste keer de kerk en haar collectie bezoeken. De kerk staat al enkele jaren leeg en wordt binnenkort geïntegreerd in een woonproject.

Decennialang vormde de Sint-Wivinakerk het hart vormde van de Vilvoordse arbeiderswijk Faubourg, maar heeft sinds enkele jaren geen religieuze functie meer. “Ze werd gebouwd in 1922 en was bedoeld als voorlopige kerk, maar werd nooit vervangen en groeide uit tot een geliefde plek voor de buurt”, vertelt Ludo De Groef van de Kerkfabriek Vilvoorde-centrum. “Al sinds 2018 gaan er geen vieringen meer door”, zegt Geert Aelbrecht, pastoor in Vilvoorde-centrum, die occasioneel ook eens in Faubourg de mis voorging.

De kerk werd vorig jaar nog het slachtoffer van zwaar vandalisme. “Heiligenbeelden werden omgegooid, schilderijen beschadigd met stenen en voorwerpen werden vernield of zijn verdwenen. De schade was groot”, zegt De Groef. “Het heeft heel wat moeite gekost om de sporen op te ruimen en de kerk terug toonbaar te maken. Waardevolle liturgische stukken waren gelukkig eerder al in veiligheid gebracht. Wat rest, is vooral herinnering – tastbaar gemaakt in objecten.”

Intussen is de kerk verkocht in het kader van een toekomstig woonproject onder impuls van het bisdom. Afbraak is uitgesloten, want de kerk is erkend bouwkundig erfgoed: de buitenzijde van het gebouw moet geïntegreerd worden, samen met een parochiezaaltje en de voormalige pastorie die op dezelfde site liggen. Het geheel zou een sociale invulling moeten krijgen. Wat die precies wordt, ligt nog open.

Voor de verkoop moest de kerk helemaal leeggemaakt worden, wat aanleiding gaf om samen met de stad te bekijken wat nog betekenisvol was. Buurtbewoners konden gisteren een laatste keer de kerk en de collectie bezoeken. “Daarnaast krijgen bewoners de kans om bepaalde stukken te herbestemmen”, zegt schepen van Cultuur Katrien Vaes. “Het gaat niet alleen om religieuze voorwerpen, maar ook om stukken met kunsthistorische, volkskundige en sociale waarde. Samen vertellen ze het verhaal van een typische 20ste-eeuwse arbeiderswijk, een stukje Vilvoorde van weleer.”