Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

Landelijke Gilden niet blij met nieuw plan van De Lijn: "Busje komt niet meer, binnen een uur of als je belt”

Landelijke Gilden niet blij met nieuw plan van De Lijn: "Busje komt niet meer, binnen een uur of als je belt”

Na negen gemeenten uit het Pajottenland en de Zennevallei protesteert nu ook Landelijke Gilden tegen het nieuwe vervoersplan van De Lijn. Dat plan moet het busvervoer in onze regio tegen 2022 efficiënter maken. Maar de Landelijke Gilden vrezen dat er op het platteland straks amper nog een bus van De Lijn zal rijden.

 

“Busje komt niet meer, binnen een uur of als je belt.” De boodschap op de borden die de Landelijke Gilden vanochtend plaatsen in vijf gemeenten in het Pajottenland is duidelijk. Ze zien het nieuwe vervoersplan van De Lijn niet zitten. “Wij zijn akkoord om het openbaar vervoer efficiënter te maken”, zegt Bert Meulemans, coördinator Mobiliteit bij Landelijke Gilden. “Lege bussen laten rondrijden heeft geen zin. Het nadeel van het nieuwe plan is dat het busaanbod op het platteland onder het minimum zakt en verschuift naar de gemeenten in de Rand rond Brussel.”

Zo zal er in Sint-Laureins-Berchem bij Sint-Pieters-Leeuw, op nog geen tien kilometer van Brussel, amper nog een bus rijden. Landelijke Gilden vreest voor een negatieve spiraal. “Door het ingeperkte aanbod zullen er busgebruikers afhaken en overstappen naar de wagen, waarna het aanbod verder kan worden afgebouwd door een gebrek aan reizigers”, denkt Meulemans. “Op die manier zal het fileleed blijven toenemen in de regio, raken minder mobiele mensen op het platteland helemaal geïsoleerd en is het nadelig voor het klimaat.”

Het vervoer op maat met onder meer belbussen moet de weggevallen aanbod opvangen. Daarvoor zou zo'n vier miljoen euro nodig zijn. Maar onze regio krijgt nog geen tiende van dat bedrag. “Vlaanderen zegt dat onze regio goed bedeeld is op het vlak van openbaar vervoer”, zegt Meulemans. “Dat geldt voor de sterk verstedelijkte rand, maar niet voor de landelijke regio's. We pleiten daarom voor meer middelen zodat het busvervoer ook in het Pajottenland en de Zennevallei gegarandeerd blijft.”