22 maart 2016, twee terroristische aanslagen jagen een schokgolf door het land. Maar Marcel Van Der Auwera uit Vilvoorde moet het hoofd koel houden. Samen met zijn team speelt hij een cruciale rol in de dringende geneeskundige en psychosociale hulp de eerste uren na de aanslag. De noodplannen zaten nog fris in het hoofd, want ze werden drie weken voor de aanslagen uitgebreid ingeoefend. Op alles was hij voorbereid, behalve op dat ene telefoontje. “Rond elf uur kreeg ik een sms van de school van mijn kinderen met de melding dat ze veilig waren,” vertelt Van der Auwera, “op dat moment word je wakker en besef je dat je kinderen vlakbij de luchthaven naar school gaan.”

Het is meteen ook de conclusie van Van der Auwera: de hulpverlening mag nog zo goed voorbereid zijn, de mens is dat nooit. Bij de hulpverlening is er echter altijd ruimte voor verbetering, schrijft hij in zijn boek ‘Crisisbeheersing Witte Kolom’. “Er was op 22 maart een groot probleem met de communicatie,” vertelt hij ons, “het gsm-netwerk viel uit en we moesten ons aanpassen.”

De expert in rampenmanagement pleit er dan ook voor om te durven improviseren, ook al zijn alle noodplannen tot in de puntjes uitgewerkt. “We moeten het noodplan perfect kennen, maar indien nodig moet je er durven van af wijken.”

Meer info over het boek ‘Crisisbeheersing Witte Kolom vind je hier.